Categorie archief: Poëzie

Niemand mag het weten

Niemand mag het weten
dat ik veel raarder ben
dan dat ik lijk.

Want als ze dat te weten komen
dan wordt mijn raarheid
– het enige wat ik ten slotte heb –
straks ook nog
van me afgenomen.

[Eigen werk]

Komt er een man met een hogedrukcilinder op zijn rug – Mircea Dinescu

Dit is een kleine herinnering aan een gedicht dat in het NRC in de jaren ’80 verscheen. Het is geschreven door Mircea Dinescu, een Roemeense dichter, journalist en redacteur. Hij was een dissident, een satirische geest, een dichter, iemand die vrijheid liefhad.

Het gedicht is uiteraard een evocatie van de gruwelijke tijd onder het schrikbewind van Nicolae Ceaușescu.

Ik ben nooit het zonnetje in huis geweest, en daarom onthoud ik zulke gedichtjes.

Annie M.G. Schmidt zei ooit in een interview (ik citeer uit het hoofd): “Ik vind dat ik best een interessant leven heb gehad; ik heb de Eerste Wereldoorlog meegemaakt, ook de Tweede, en als ze een beetje opschieten straks nog een Derde.” Dat is een grimmig soort grappigheid die ik zeer kan waarderen.

Zijn boek De dood leest de krant (Moartea citește ziarul) werd in 1988 door de communistische autoriteiten verboden, en werd vervolgens gepubliceerd in Amsterdam.

Ik citeer (de vertaling van) het gedicht uit het hoofd.


Hogedrukcilinder

Komt er een man
met een hogedrukcilinder op zijn rug:
“Waar zijn die kleintjes
die zich achter het meubilair verbergen?”


“Mijn vader en mijn moeder
die de Eerste Wereldoorlog hebben overleefd,
en ook de Tweede,
maar nu gaan ze het heel moeilijk krijgen.”

De kei in het bos

Midden in het bos, een open plek in het bos,
lag een kei, een grote, grillig gevormde kei.

Geen boom wist wat het was; een boom blijft kalm.
Een zwijn kwam soms langs, wroetend als een zwijn.

De kei bleef onberoerd, zoals het een kei betaamt.
Er was geen route – routes ontbraken geheel.

Er waren drie spreuken, spreuken die niemand wist,
die niemand, niemand ooit had gehoord.

Als je de eerste spreuk wist, als je de spreuk uitsprak,
gaf de kei water, water voor wie dorst had.

Als je de tweede spreuk wist, als je de spreuk uitsprak,
ging de kei stralen, stralen met een groot en helder licht.

De derde spreuk moest je fluisteren, een spreuk met een vraag.
De vraag mocht niet hardop – hardop was verboden.

Slechts één keer sloeg iemand de kei met een stok, een harde stok.
Toen kwam er water, maar dat water kwam maar één keer.

De kei is eenzaam – is met de eenzame verwant.
Een wandelaar komt langs, op een dag komt hij langs.

Hij zit neer bij de kei, de kei geeft wat steun.
En zie: de kei wordt warm. Warm wordt de kei!

Samen zwijgen ze. Ze zwijgen terwijl de vogels zingen.
Dan gaat de wandelaar – hij gaat waar niemand durft komen.

Hij vertelt zijn verhaal – een wandelverhaal.
Het gaat oor in, oor uit – zoals dat met verhalen gaat.

Roerloos ligt de kei in het bos – roerloos, denkt men, als de dood.
Tot in de eeuwen der eeuwen.

[Eigen werk]


Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

Het ware leven

In de geluidloosheid
daalt motregen neer
uit een gesluierde hemel.

De nieuwe maan
is zwart.

Een prijswinnaar
wordt in een zee van licht
massaal gekust en beklopt.

Het ware leven schatert.

Lijken ontbinden
als herfstbladeren
onder boomstaken.

Niemand hoort
dat ik Mozart neurie:
Mis in C mineur.

Strengen ledlicht
hangen lusteloos
over de ballustrade.

Het ware leven schettert.

Lantaarns staren
zwijgend in hun kegel
boven het spiegelende
asfalt.

Thuisgekomen
schrijf ik schuw
wat clandestiene krabbels
in de kerstnacht.

Geen woord is verzonnen.

[Eigen werk]

Nacht

Waar ben je lief … – ik word al oud.
Ik ken de grijnslach van de eeuw.
Er valt een ster… – er ligt wat sneeuw.
De ganzen gakken – het Is koud.

De route die ik koos is fout.
Diep in het bos weerklinkt een schreeuw.
Ik zie een zuil, een stenen leeuw
die om zijn dode partner rouwt.

Rivierklei, zware uiterwaarden,
een duister vuur dat mij doortrekt
dat smoren wil in natte aarde.

En elders wordt een kind verwekt,
een man, een jongen, een bejaarde –
geen lief heeft hem ooit toegedekt.

[Viervoetig sonnet. Eigen werk, gemaakt tijdens een nachtelijke wandeling door bos en uiterwaarden in een slapeloze nacht.]


Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

De heilige graal

Om de graal
na veel getob
ten langen leste
te bereiken,
moet je liegen.

Om te winnen
moet je altijd
arme dieren,
kleine boompjes
warme kinderen
die met zachte
hese stemmen,
lieve ogen
touwtje springen,
dood maken.

Kloosters horen
ruïnes te zijn;
nonnen laat je
liever niet
in leven
als ze bidden;
tederheid
is taboe.

De vrouwen
van je vijand
moet je ten slotte,
samen met je maten,
één voor één
en successievelijk
op het vuile aanrecht
neuken,
want er is stress.

En daarna?
Hup, in de kuil.
‘Decadentie is erger’,
zeg ik altijd.

Wij, omstanders
en toeschouwers
zijn vol stille
bewondering,
al gaat er soms
een rilling
door ons heen.

Een enkeling
verstijft,
maar ook hij of zij
doet niks –
gelukkig maar.

We blijven
ongerept,
zonder pijn,
zonder benul,
zonder schuld.

Soms willen we
ook zelf die kant op.

Het gaat
om de graal!

Kijk,
oorlog is oorlog,
en de droom van
vrede en recht
kan daar nooit
tegenop.

Spreek dat maar
eens tegen.

[Eigen werk]

Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

Het grote voordeel van ijsberen

Het grote voordeel van ijsberen
Is dat ze niet liegen.

Ze rijten je aan stukken,
Ze veranderen je in een
Bloederig stuk ellende,
Maar liegen doen ze niet.

De leugen hoort bij
De mens.

Je kunt maar beter
IJsberen hebben.

[Eigen werk]

Haiku – Teunisbloem

Ik heb afgelopen zaterdag (14-9-2024) in Velp een workshop bijgewoond over het maken van haiku’s die gegeven werd door Helma Sneeloper in de tuin van boekhandel Jansen & De Feyter. Het was een heel aardige bijeenkomst, en de deelnemers – een stuk of acht – maakten haiku’s dat het een aard had.

Ik ben nog altijd een beetje sceptisch over de haiku – het lijkt me dat deze van oorsprong Japanse versvorm niet gemakkelijk kan worden overgeplant naar onze literatuur.

Het doel van de haiku – een scherpomlijnde natuurbeschrijving, waarin het besef van tijdelijkheid of vergankelijkheid doorklinkt, zonder dat dichterlijke gevoelens expliciet benoemd worden, waarmee bovendien een bijna spiritueel effect wordt beoogd – doet me enigszins denken aan de Japanse prentkunst. Bij Japanse prenten met hun bijzondere kleurstelling en belijning en contrasten voel ik het soms wel, bij de haiku maar zelden.

Een van de beroemdste haiku’s aller tijden is van de Japanse dichter Basso (1644-1694). Deze luidt in vertaling:

aloude vijver
een kikker springt van de kant
geluid van water

Het lukt mij – eerlijk gezegd – niet om te ontdekken waarom deze haiku beter is dan de vijftig andere die ik heb gelezen of heb horen voordragen.

Het is misschien nog wel aardig om te vertellen dat een van de meest ingrijpende dingen die ik heb meegemaakt tot een haiku van eigen hand heeft geleid – ik liep in de uiterwaarden langs de Wageningse Rijn in een zwaarmoedige geestestoestand, en opeens zag ik een ongelooflijk krachtige rode braamscheut opschieten uit een stukje droge aarde. Hier is de link. Ik schreef toen (de Rijn is verschrompeld tot een beekje):

Verschroeide aarde
Aan de beekbedding ontspringt
Een rode braamscheut

Ilja Leonard Pfeijffer heeft ooit een schertshaiku gemaakt:

vlinder in de trein
mijn god dacht ik als daar maar
geen haiku van komt

Enfin, ik heb mijn best gedaan. Een haiku bestaat uit drie regels en zeventien lettergrepen. De eerste en de derde regel hebben vijf lettergrepen; de tweede zeven.

(Overbodig te vermelden dat je van dit schema desgewenst mag afwijken, zoals van alle schema’s.)

olie in zaaddoos
de laatste teunisbloem maakt
zich klaar voor vertrek

Als ik jullie was

Als ik jullie was
zou ik nooit poëzie gaan lezen.

Het is een belachelijke gewoonte
om zo te schrijven
dat je er niks van snapt.

En of het nou rijmt of niet,
idioot blijft het.

En volgens mij is het alleen bedoeld
om je depressief te maken.

__________________________________________________________________________________________

[Op Twitter/X had de in Oekraïne wonende vertaler, dichter en schrijver Arie van der Ent een leuke reactie: “Mijn idee ook. Linkse hobby, anders niks, volksvijandig en gevaarlijk.”]

Mantelzorg

Dagen verdwenen,
Weet niet hoe je heet.
Je zult het goed menen,
Het goede is wreed.

De wereld vergeten,
’t Is waar wat je zegt,
M’n benul is versleten,
M’n rug is nog recht.

Ik laat je nu gaan,
Mijn angsten zijn rood,
M’n woede staat aan,
Wordt vlak als een sloot.

Geen ding zonder zijnde,
Geen doel zonder zin,
Nergens een einde;
Nooit een begin.

De rit

De zwaluw maakt een woning van een schuur.
Een vrouw zit schrijlings op mijn ongezadeld paard.
Wij weten niets; wij kennen dag noch uur.

Het weidse land is wel een overstroming waard.
Ga aan de kant; je staat maar in de weg.
Ik houd haar vast – de lucht lijkt opgeklaard.

De mussen tsjilpen in de stugge heg.
Van wie heb ik de duisternis geërfd?
Ik zoek een plek waar ik haar zachtjes leg.

Haar lippen zijn nog één keer rood geverfd.
Ze kijkt me aan, dan dooft het vuur.
Het einde is er, als de ander sterft.

[Eigen werk]

Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

De nacht

De ratten trekken naar de tuinen.
Het water klotst al aan de dijk.
Een aangevreten runderlijk
Vindt rust tegen de laatste duinen.

En dan volgt er het lege struinen
Door een verwilderd koninkrijk.
’t Zijn slechts ruïnes die ik zo bereik,
Apocalyptische bazuinen!

Aanzienlijk wou ik zijn, geducht.
Dolgraag wou ik de knoet hanteren.
De lijken zingen in een klucht

Om zo de dood nog te bezweren.
De ratten slaan al op de vlucht,
En geen geluk kan mij nog deren.

[Eigen werk]

Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

Hemel en hel

Het eerste wat hij deed
was om de dichter hartelijk
uit te nodigen
zichzelf in de lucht te steken.

Wist hij veel.

De dichter stamelde,
hij twijfelde,
hij wist het niet.

Toen stierf de man
die zichzelf in de lucht
had kunnen steken.

Vrouwen, vrienden
maakten hun opwachting.

Het kwijl droop van onze lippen.

Sorry voor mijn realisme,
maar hemel en hel
zijn werkelijker
dan deze farce.

Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

(Eigen werk)

Afschaffing

Hij droeg de metaforen ten grave,
laadde de assonanties en stafrijmen
in de laadbak van zijn strontkarretje,
en reed naar de gemeentewerf.

Van een volbloed binnenrijm,
op voorwaarde van verdoezeling,
klaarde zijn gemoed soms op.

Maar hij autonoom bepaalde dat
een enkele inversie, wat hem betreft –

hij wilde niemand iets opleggen
en als men de ironie maar te verstaan wist –
mocht blijven bestaan.

De eerste de beste metonymie
die hem te na zou komen,
ranselde hij het raam uit.

Hij slachtte ‘s avonds de ellips.

Geen amfibrach vermocht hem op te beuren,
in de lucht explodeerden de jamben.

Hoofdletters, interpunctie,
staande, slepende rijmen,
ja zelfs het rime riche,
heel die autoritaire boevenbende,
ze werden op een avond opgepakt,
en opgesloten in de rommelkamer
naast zijn zolderkamer.

Soms kwam er nog één tevoorschijn,
met verbrand gezicht.
Kijk daar kruipt nog een neologisme
uit het bebloede flodder-ei.

Liefde en haat, wanhoop en wet –
dat was meer iets voor psalmen.
Parallellie was een gruwel,
ritme een vloek;
een beetje kinky Engels
mocht.

Een mecenas was welkom,
maar een bourgeois – mijn god!

De geest verdween schielijk
in een klokkende keel.

Zo gingen jaren heen.
Hij schafte het liefste alles af,
maar meende dat de dichtkunst,
nochtans evenwel, zou overleven.

Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

[Eigen werk]

Zomer

Daar liep ze door het warme zand.
Ik kuste traag haar lieve mond.
Ik heb me ooit aan haar verwond.
Iets in mij schreeuwde moord en brand.

Ik heb geen grein gezond verstand,
Zodat ik nooit de rust hervond.
Daar liep ze door het warme zand.
Ik kuste traag haar lieve mond.

Aan vrome praat heb ik het land.
Haar broek spant om de geile kont.
Ik doof mijn haat, ik blus mijn lont.
We zijn vervreemd, we zijn verwant.
Daar liep ze door het warme zand.

Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

(Eigen werk, een rondeel)

Wolkbreuk

Het veld is dor, de aarde scheurt.
Een hemeltraan zag ik nog niet.
De boer stopt pijpen vol verdriet.
De schepping heeft zijn kans verbeurd.

Hoe ver je kijkt, hoe hard je speurt,
’t zijn dode vlakten die je ziet.
Het veld is dor, de aarde scheurt.
Een hemeltraan zag ik nog niet.

Eén bui, en heel de aarde kleurt,
Eén wolkbreuk die dit alles overgiet,
Dan zingt een vogel ‘t hoogste lied,
Op land dat weer naar kruiden geurt.
Het veld is dor, de aarde scheurt.

Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

(Dit is een probatio pennae – dit is mijn eerste poging om een rondeel te schrijven.)

Modderige kreken

Daar was dan eindelijk die brief.
Het water stond in modderige kreken,
Terwijl de maan zich sprakeloos verhief.

De golven overspoelden het gerief.
Het schip bleef in de modder steken.
Daar was dan eindelijk die brief.

We zagen ook de kiekendief,
Die liet het zich aan niets ontbreken,
Terwijl een maan zich sprakeloos verhief.

De geest bleek weer een witte wief,
Met echte witte wievenstreken.
Daar was dan eindelijk die brief.

Geen otter werd ooit zo gegriefd,
Dat-ie wou wreken, of ten minste preken.
Er is een maan die zwijgend zich verhief.

De waarheid is niet altijd lief.
Wij maken zelden, maar wij kunnen breken.
Daar was dan eindelijk die brief,
Terwijl de maan zich sprakeloos verhief.

Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

PS N.a.v. een leuke tweet over een madeliefje, schreef ik nog een extra terzine die zou kunnen worden ingevoegd voorafgaand aan het slotkwatrijn, en die als volgt luidt:

En nergens groeit de madelief;
Een sater wil graag distels kweken.
Daar was dan eindelijk die brief.

De wereld is gelukkig plat

Wij willen dolgraag feesten vieren,
Maar er zijn kazen zonder gat.
Is er een aarde zonder klieren?

Er zijn geen zeeën zonder wieren.
De wereld is gelukkig plat
Zodat wij feesten kunnen vieren.

Wij proeven graag elkanders nieren
En drinken bieren liefst per krat.
Is er een aarde zonder klieren?

’t Is tijd voor boeren om te gieren.
De stront is smeuïg; ‘t land is nat,
Opdat wij feesten kunnen vieren.

De demon blijft gedurig tieren.
Wij zitten zalig op ons gat.
Is er een wereld zonder klieren?

Door smalle straten draven stieren.
De parel is in goud gevat.
Wat blijft is dat we feesten vieren;
We dromen dan dat we niet klieren.

Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld

Ik ben de bangste man op aarde

Ik ben de bangste man op aarde.
De bramen bloeien als een zweer.
De lijken rotten in de gaarde.

Dood is een klus die ik wel klaarde.
Ik loste een schot, ik wierp een speer.
Ik ben de bangste man op aarde.

‘t Geheim dat ik het langst bewaarde:
Ik ben een goedertieren Heer.
De lijken rotten in de gaarde.

Hoe lang ik naar haar lokken staarde,
De grijzen keerden telkens weer.
Ik ben de bangste man op aarde.

Zelfs toen de lucht een keer opklaarde
Boven een graf te Winneweer,
Rotten de lijken in de gaarde.

De geest is van zeer grote waarde.
De liefde treft ons telkens weer.
Ik ben de bangste man op aarde.
De lijken rotten in de gaarde.

Geluidsopname:

Geluidsopname

Knalrode tomaat

Voor de dichter L.M.

Soms, denkend aan Holland,
werpt ze een knalrode tomaat
naar de klootharken die de kosmos
tot de gribus maken die de kosmos
altijd al was, want alle cultuur
is immers streven.

Soms schiet ze een bok.

Niemand heeft ooit God gezien,
maar een glimp van een schim
vangt zij op.

Soms peins ik een poos
hoe ik haar beter kan maken,
maar ik kan dat niet.

Menige redder verdrinkt
in het bad
dat hij zelf liet vollopen.

Het is mijn kleine hovaardij.

Schoot u ook maar eens een bok!

Soms tref je een dwaalgast,
die in een moment zonder eind,
jouw wereld betovert.

Een hond stamt af van de wolf,
en bloederigheid
maakt deel uit
van een pijnlijk universum.

Troosten is heel, heel moeilijk,
maar puppy’s kunnen het.

(Eigen werk)

Geluidsopname

Geluidsopname – Arie Sonneveld