Tagarchief: Sylvia Plath

Liefdeslied van een dwaas meisje – Sylvia Plath

Sylvia Plath (1932-1963) was een Amerikaanse dichter en schrijver van romans en korte verhalen. Ze trouwde met de dichter Ted Hughes (1930-1998) en kreeg twee kinderen met hem. Sylvia Plath leed haar hele leven onder depressies. Haar worsteling daarmee heeft ze vormgegeven in de roman The Bell Jar. Ze maakte in 1963 zelf een eind aan haar leven.

Het gedicht Mad Girl’s Love Song is een bekend gedicht in haar oeuvre. Plath beschouwde het zelf als een van haar beste gedichten.

Het gedicht is een villanelle: er zijn zes strofen, vijf drieregelige strofen en een vierregelige slotstrofe. De eerste en de derde regel keren afwisselend als keerregels terug in de volgende strofen. De slotregels van de slotstrofe zijn de beide keerregels. Een villanelle heeft twee rijmklanken. In dit geval is Sylvia Plath daar enigszins vrij mee omgesprongen: ze gebruikte soms halfrijmen. Die vrijheid heeft deze vertaler ook genomen.

Veel toelichting heeft dit gedicht niet nodig. Door de ogen te sluiten kun je de wereld en je angsten laten verdwijnen, en kun je ook dingen oproepen. Maar het heeft wel een prijs: de dingen keren terug als je je ogen open doet, de dromen verdwijnen, en de liefde die je met je ogen dicht oproept, biedt geen wederliefde.

Serafiem zijn zesvleugelige tempelwezens – een soort engelen.

Ik heb Sylvia Plath altijd een beetje een drama queen gevonden, en eigenlijk vind ik dat nog wel. Maar ik houd me momenteel bezig met de villanelle, en ik vond dit gedicht toch wel heel goed gedaan.

Vertaling:

Liefdeslied van een dwaas meisje

“Mijn ogen toe, en al wat is valt dood;
Ik sla ze op, en alles doet weer mee.
(Je bent er vast alleen maar in mijn hoofd.)

De sterren walsen nu in blauw en rood,
En zwartheid doet nu lukraak mee;
Mijn ogen toe, en al wat is valt dood.

Ik ben behekst – je hebt me in je bed genood,
Je wiegde me in maanlicht, gulzig en extreem.
(Je bent er vast alleen maar in mijn hoofd.)

God tuimelt uit de lucht, en hellevuur dat dooft:
Exit de serafiem, de duivelen gaan heen:
Mijn ogen toe, en al wat is valt dood.

Ik hoopte dat je kwam, zoals je had beloofd;
Zo oud ben ik, dat ik je naam niet langer weet.
(Je bent er vast alleen maar in mijn hoofd.)

Had ik maar in mijn dondervogeltje geloofd;
Dat brult ten minste in het voorjaar nog voor twee.
Mijn ogen toe, en al wat is valt dood.
(Je bent er vast alleen maar in mijn hoofd.)”

Origineel:

Mad Girl’s Love Song

“I shut my eyes and all the world drops dead;
I lift my lids and all is born again.
(I think I made you up inside my head.)

The stars go waltzing out in blue and red,
And arbitrary blackness gallops in:
I shut my eyes and all the world drops dead.

I dreamed that you bewitched me into bed
And sung me moon-struck, kissed me quite insane.
(I think I made you up inside my head.)

God topples from the sky, hell’s fires fade:
Exit seraphim and Satan’s men:
I shut my eyes and all the world drops dead.

I fancied you’d return the way you said,
But I grow old and I forget your name.
(I think I made you up inside my head.)

I should have loved a thunderbird instead;
At least when spring comes they roar back again.
I shut my eyes and all the world drops dead.
(I think I made you up inside my head.)”