Maandelijks archief: juni 2016

De albatros – Baudelaire

Charles Baudelaire (1821-1867) was een negentiende-eeuwse Franse dichter wiens werk kenmerken heeft van romantiek en decadentie. Hij is een van de dichters die werd opgenomen in de door Paul Verlaine samengestelde bloemlezing Les poètes maudits (1884).

In zijn beroemdste bundel, Les Fleurs du Mal, de bloemen van het kwaad, staat ook De albatros, een gedicht dat het beeld van de gedoemde dichter (poète maudit) oproept.

Een albatros is een grote zeevogel. In het wrede lot van de gevangen albatros herkent Baudelaire het lot van de dichter.

In dit gedicht doet Baudelaire wat ook dominees doen die “exemplarisch preken”. Eerst wordt een verhaal verteld – dominees ontlenen dat verhaal uiteraard aan de bijbel – en vervolgens wordt dit verhaal als exempel gebruikt om een situatie te verhelderen, in dit geval de situatie waarin de dichter zich bevindt (of zich meent te bevinden).

De vertaling van De albatros door Peter Verstegen, een vormvaste en (soms) vrij nauwkeurige vertaling die naar mijn smaak niet al te soepel Nederlands oplevert, kunt u hier nalezen.

De vorm van dit gedicht is vier kwatrijnen. Er zijn in dit gedicht twee wendingen: een na de eerste twee kwatrijnen, en een na het derde kwatrijn. De eerste acht regels vertellen het verhaal; in het derde kwatrijn wordt de albatros toegesproken; in het slotkwatrijn wordt het exempel uitgewerkt.

Onderstaande vertaling is ook terechtgekomen in de bloemlezing En blauw zal alles zijn, samengesteld door Elisabeth Lockhorn. In de opgenomen gedichten speelt de kleur ‘blauw’ een voorname rol.

Geluidsopname van de vertaling – Arie Sonneveld

——————————————————————————————————————————-

Vertaling:

De albatros

Niet zelden, ter vermaak, vangen de schepelingen
Een albatros, de reuzenvogel van de zee,
Hun reisgenoot, die ging waar zij ook gingen:
Ook over helse diepten gleed hij zwierig mee.

Maar niet zodra wordt hij op dek gezet, gevangen,
Of de koning van ’t azuur blijkt log, de geest geweken;
Zijn grote, witte vlerken blijven treurig hangen,
Als riemen die nu doelloos uit hun dollen steken.

Gewiekte reiziger, wat ben je arm en afgetobd!
Jij – eertijds mooi – zo uit balans en uit de gratie!
Op jouw snavel worden pijpen uitgeklopt,
En iemand geeft van jouw echec een imitatie.

De dichter lijkt op de prins van het hemelse blauw:
Hij negeert zijn belagers, trotseert alle winden,
Is verbannen op aarde, mikpunt van hoon, en algauw
Beletten zijn wieken dat hij ooit zijn bestemming zal vinden.

Origineel:

L’Albatros

Souvent, pour s’amuser, les hommes d’équipage
Prennent des albatros, vastes oiseaux des mers,
Qui suivent, indolents compagnons de voyage,
Le navire glissant sur les gouffres amers.

À peine les ont-ils déposés sur les planches,
Que ces rois de l’azur, maladroits et honteux,
Laissent piteusement leurs grandes ailes blanches
Comme des avirons traîner à côté d’eux.

Ce voyageur ailé, comme il est gauche et veule!
Lui, naguère si beau, qu’il est comique et laid!
L’un agace son bec avec un brûle-gueule,
L’autre mime, en boitant, l’infirme qui volait!

Le Poète est semblable au prince des nuées
Qui hante la tempête et se rit de l’archer;
Exilé sur le sol au milieu des huées,
Ses ailes de géant l’empêchent de marcher.

Opvallende moed – W.H. Auden

Een epigram van Wystan Hugh Auden.

Vertaling:

Opvallende moed

Maak maar ruzie, ga te wapen,
Laat de held zijn roes uitslapen;
Schiet een leeuw; beklim de top.
Niemand merkt je zwakheid op.

Origineel:

Conspicuous Courage

Pick a quarrel, go to war,
Leave the hero in the bar;
Hunt the lion, climb the peak:
No one guesses you are weak.

Roem is een bij – Emily Dickinson

Emily Dickinson (1830-1886) was een Amerikaanse dichter uit de 19e eeuw. Ze stamde uit een aanzienlijke familie, groeide op in Massachusetts binnen een calvinistische traditie (Puritanisme), was excentriek, leefde teruggetrokken, was angstig en nerveus. Verreweg de meeste gedichten die ze schreef – 1775 in The Complete Poems – zijn pas na haar dood gepubliceerd.

Ze leefde een ongehuwd en teruggetrokken leven, en ze was heel productief. Haar reputatie lijkt tot op de dag van vandaag eerder toe dan af te nemen.

Dit gedichtje is een epigram, een puntdichtje. In de laatste regel schiet het de dichteres plotseling te binnen dat de vleugeltjes ook relevant zijn voor de vergelijking, want voor je het weet vliegt het bijtje natuurlijk weer weg, de wijde wereld in. Althans, zo is het gedichtje opgebouwd. In werkelijkheid was de vluchtigheid van de roem ongetwijfeld het eerste wat de dichteres herkende in de vlucht van de bij.

Een van de vertaalproblemen is dat het woord ‘roem’ mannelijk is, dat het zelfstandig naamwoord ‘bij’ mannelijk of vrouwelijk is, en dat je eigenlijk niet goed met ‘het’ tegelijkertijd naar beide woorden kunt verwijzen. Omdat de meeste bijen vrouwtjes zijn, is ‘ze’ voor ‘bij’ goed verdedigbaar, maar datzelfde geldt niet voor ‘roem’. En iets dergelijks geldt ook als je er ‘bijtje’ van maakt. Dan kun je met ‘het’ verwijzen naar ‘bijtje’, maar die verwijzing kan eigenlijk nog steeds niet naar ‘roem’. Het enige waarop je misschien kunt vertrouwen is dat de Nederlandse woordgeslachten zo slecht in ons taalgevoel zijn verankerd dat steeds minder mensen een fout horen in de verwijzing met ‘het’ of ‘ze’ naar een mannelijk woord.

Enfin, ik heb dit keer vier vertalingen gemaakt waaruit ik vooralsnog niet goed kan kiezen:

Vertaling 1:

Roem is een bij

Roem is een bij,
Ze kan zingen –
Ze kan steken –
En, kijk, ze kan vliegen.

Vertaling 2:

Roem is een bijtje

Roem is een bijtje,
Het kan zingen
Het kan steken
En, kijk, het kan vliegen.

Vertaling 3:

Roem is een bij

Roem is een bij,
Ze heeft een lied –
Ze heeft een angel –
En, kijk, ze heeft vleugels.

Vertaling 4:

Roem is een bij

Roem is een bij.
Daar zingt ze –
Daar steekt ze –
En, kijk, daar vliegt ze.

Origineel:

Fame is a bee

Fame is a bee.
It has a song –
It has a sting –
Ah, too, it has a wing.