Tagarchief: Joseph Brodsky

Een lied – Joseph Brodsky

Ik ben één keer naar het Boekenbal geweest (1998, Arnon Grunberg, De heilige Antonio – Grunberg was gehuld in een merkwaardig krullend schapevachtje van een knalgroene kleur, er hing een nummer van Propria Cures aan de muur met een compositie van het vrouwelijke geslacht die bestond uit allemaal suggestief geschikte vissen).

Ik heb één keer een schrijver om een handtekening gevraagd (Karel van het Reve, Rusland voor beginners – jaartal weet ik niet meer, maar het zal misschien eind jaren ’80 zijn geweest: Karel van het Reve werd geïnterviewd door Jaap van Heerden in de openbare bibliotheek van Wageningen; tijdens het signeren zei Jozina Israël, de vrouw van Karel van het Reve, tegen mij dat het zo opvallend was dat het werk van haar man vooral door jonge mannen werd gekocht en gelezen).

Ik heb één keer De Nacht van de Poëzie bezocht (2021, Ester Naomi Perquin was één van de nachtvoorzitters, Lieke Marsman was een van de dichters die voordroegen).

Ik heb één keer Poetry International bezocht, in 1989.

Ik ging naar Poetry International voor Joseph Brodsky. Het evenement vond plaats in De Doelen. Ik herinner me dat ik het toegangskaartje – fl 35,= of zo – met fl 50,= betaalde, en dat ik terugkreeg van fl 100,=. Het kostte me enige moeite om de kassière op haar fout te wijzen, want ik had destijds niet heel veel geld te besteden, maar gelukkig heb ik dat wel gedaan. Brodsky droeg zijn gedichten op een heel opvallende, scanderende, zangerige, bezwerende manier voor.

Joseph Brodsky (1940-1996) is een Russische-joodse dichter die opgroeide in Leningrad – nu Sint Petersburg. In 1964 werd hij wegens ‘parasitisme’ tot vijf jaar dwangarbeid in Siberië veroordeeld. In 1972 emigreerde hij naar de Verenigde Staten. In 1987 ontving hij de Nobelprijs voor literatuur. Hij was bevriend net Anna Achmatova, en hij beschouwde W.H. Auden als een voorbeeld: intellectueel en poëtisch. Hij trok ook een tijdje met Auden op. Brodsky schreef in het Russisch en het Engels.

Het onderhavige gedicht was de opdracht voor een jaarlijkse vertaalwedstrijd in Huizen, een samenwerking tussen de bibliotheek en een culturele vereniging. Ik heb al eerder aan die wedstrijd meegedaan. Twee jaar geleden won ik die wedstrijd (vorig jaar viel uit door corona), maar dit keer is mijn vertaling niet in de prijzen gevallen. Een van de criteria van de jury was dat er geen ‘ik wou’ in de vertaling mocht voorkomen omdat dat te spreektalig zou zijn. Daarmee valt mijn vertaling natuurlijk af.

Op deze website kunt u het juryrapport, meer informatie over Brodsky en het gedicht, de winnende vertaling en nog veel meer nalezen.

Hier kunt u Joseph Brodsky horen terwijl hij A Song voordraagt op de hem kenmerkende manier.

Het is een melancholiek gedicht met veel binnenrijmen, en ook een soort ingehouden spot. Het gaat over de enorme afstand tussen de ik en zijn geliefde.

Geluidsopname:

Geluidsopname van de vertaling – Arie Sonneveld

Vertaling:

Een lied

Ik wou dat ik je hier had, schat,
ik wou dat ik je hier had.
Ik wou dat jij op de sofa
en ik dan naast je zat.
De zakdoek zal van jou zijn;
op mijn wangen biggelt een traan.
Al moet je niet verbaasd zijn
als ‘t andersom zou gaan.

Ik wou dat ik je hier had, schat,
ik wou dat ik je hier had,
dat ik met jou in de auto reed,
en jij aan het pookje zat.
We reden vast een keer
door onbekende streken.
En anders zouden we wel weer
een ommekeer bespreken.

Ik wou dat ik je hier had, schat,
ik wou dat ik je hier had,
dat als de sterren komen
ik de astronomie vergat,
dat als de maan over de aarde glijdt
en zacht het water zal aaien,
er nog een kwartje respijt
is om jouw nummer te draaien.

Ik wou dat ik je hier had, schat,
dat je op dit halfrond zat,
nu ik op de veranda
een biertje vat.
Meeuwen krijsen, er klinken kreten;
de avond valt, de zon verdwijnt.
Wat voor nut heeft vergeten
als we er straks niet meer zijn?

Origineel:

A Song

I wish you were here, dear,
I wish you were here.
I wish you sat on the sofa
and I sat near.
The handkerchief could be yours,
the tear could be mine, chin-bound.
Though it could be, of course,
the other way around.

I wish you were here, dear,
I wish you were here.
I wish we were in my car
and you’d shift the gear.
We’d find ourselves elsewhere,
on an unknown shore.
Or else we’d repair
to where we’ve been before.

I wish you were here, dear,
I wish you were here.
I wish I knew no astronomy
when stars appear,
when the moon skims the water
that sighs and shifts in its slumber.
I wish it were still a quarter
to dial your number.

I wish you were here, dear,
in this hemisphere,
as I sit on the porch
sipping a beer.
It’s evening, the sun is setting;
boys shout and gulls are crying.
What’s the point of forgetting
if it’s followed by dying?

De Wandeling – Derek Walcott

 

400px-Derek_Walcott

Derk Walcott (Wikimedia Commons)

Joseph Brodsky attendeerde mij eind jaren tachtig op de dichter Derek Walcott in zijn essaybundel Less than One (1985), een bundel die vertaald werd door Kees Verheul en Frans Kellendonk onder de titel Tussen iemand en niemand.

Derek Walcott overleed vandaag, op 17 maart 2017.

In ‘The Walk’ wordt een gekwelde wandeling beschreven:

Vertaling:

De Wandeling

Na een hoosbui ververst de goot gestaag zijn kralen;
deze bomen lekken je onrust als rijkgetooide druipkaarsen,
drup na drup; als het telraam van een kind
rijgen zich parels koud zweet aan hoogspanningsdraden;

bid voor ons, bid voor dit huis, leen uws naasten
geloof, bid voor dit brein dat zich afmat,
en het geloof verliest in de meesterwerken die het leest;
na een ontvankelijke dag komen bebloede verzen,

regel na regel afgestroopt van het omzwachtelde vlees,
tevoorschijn, rondscharrelend onder een hemel
die doorweekt is als een vaatdoek,

terwijl de katten geeuwen achter hun raamkozijnen,
leeuwen in zelfverkozen kooi,
die toch niet verder reikt dan de beparelde poort
van een naaste buur. Hoe vreselijk is jouw eigen

trouw, o hart, o ijzeren roos!
Lijken je daden niet meest op keukenmeidenromans,
scènes uit drassige soapseries die het leven
nader komen dan het jouwe? Alleen de pijn,

de pijn is echt. Hier komt je leven op neer,
de gebalde vuist van een kluit bamboe
die de bloei laat ontglippen, een spoor
dat sissend door de verregende campusrimboe

voert: laat alles los, het werk,
de pijn van een kort leven. Ontsteld ga je weg;
jouw huis, een opdoemende leeuw, klauwt je terug.

428px-Joseph_Brodsky_1988

Joseph Brodsky (Wikimedia Commons)

Origineel:

The Walk
Collected Poems 1948-1984, p. 138-139

After hard rain the eaves repeat their beads,
those trees exhale your doubt like mantled tapers,
drop after drop, like a child’s abacus
beads of cold sweat file from high tension wires,

pray for us, pray for this house, borrow your neighbour’s
faith, pray for this brain that tires,
and loses faith in the great books it reads;
after a day spent prone, hemorrhaging poems,

each phrase peeled from the flesh in bandages,
arise, stroll on under a sky
sodden as kitchen laundry,

while the cats yawn behind their window frames,
lions in cages of their choice,
no further though, than your last neighbour’s gates
figured with pearl. How terrible is your own

fidelity, O heart, O rose of iron!
When was your work more like a housemaid’s novel,
some drenched soap-opera which gets
closer than yours to life? Only the pain,

the pain is real. Here’s your life’s end,
a clump of bamboos whose clenched
fist loosens its flowers, a track
that hisses through the rain-drenched

grove: abandon all, the work,
the pain of a short life. Startled, you move;
your house, a lion rising, paws you back.