Completen – Dagsluiting

Heer, ik heb een borrel nodig.
Ik weet eigenlijk niet
Of wij mannen onder elkaar zijn.
Ik ben ook graag met vrouwen.
Het is nooit vergeefs:
Een luisterend oor, een boks, een vurige kus.
Blijf bij mij als de avond valt.

Er is veel leed.
De merels zitten met open snavels
In de laatste schaduw.
Koolwitjes, Citroengeeltjes,
Dagpauwogen dartelen.
Nachtvlinders komen, meelmotten,
Muggen der slapeloosheid.

Er mag haast niks meer.
Je mag niet woke zijn, niet rechts,
Niet al te geil, niet seksloos, geen graaier,
Niet lusteloos, geenszins judgemental.
Je kunt maar het beste
Een oligarch zijn
Of een kind
Dat zich verstopt
In de schemering.

In de uitbundigheid van oregano
En lavendel
Tsjirpen straks krekels
Uw lof.

Geen plaag zal mijn tent naderen,
Schreef de psalmist.
Je kookt ’s morgens wel de tent uit,
Maar er is, beloofd is beloofd,
Een engel die de wacht houdt.

Nunc dimittis
Sprak de oude man.
Ik kom U gaarne
Op een donderwolk tegemoet,
Vooralsnog vrees ik
Voor ongenaakbaar gepinkel.

Ik hoop dat U mijn stem hoort;
Ik hoor achter de schutting
De kurken al knallen,
De briketten al knetteren,
Ik ruik de scherpe geur
Van aangebrand vlees.

Voorlopig nemen we afscheid,
Maar ik kom terug
Als de borrel op is,
En als ik het niet vergeet.
Dat zal waar en zeker zijn.

[Eigen werk]

Geef een reactie