Als de oligarch zijn chemicaliën afzweert,
Zijn sterfelijkheid aanvaardt,
Regent het goudstukken in de tuin.
Als de komeet kwispelt met zijn staart
Zijn de mensen blij en uitgelaten,
Zonder zorg, zonder pijn.
Als het luipaard naast het geitenbokje ligt,
De leeuw weidt met het vee,
Haalt elk kind voor wiskunde een tien.
Als de orca de tanker loodst naar de haven
Stijgt een gejuich op van de kade
Dat de stadionextase overstemt.
Als de universiteit een eind maakt
Aan het bewind van cynische bureaucraten,
Openbaart het heelal zijn geheimen.
Als een baby in de muil van een leeuw
Wordt gewiegd met tedere keelklanken,
Is de wereld tot tranen geroerd.
Als je broer vroegtijdig sterft
Is dat een overkomelijk ongerief,
Het heil van de zelfhulp breekt aan.
Alles wordt zo mooi en zo fijn;
We mogen jubelen op de rug van Leviathan!
Ik ga een kuil graven voor mijn ziel.
(Eigen werk)
