De zomen van het leed

Achter de bosrand valt de avondzon.
Er is een uil die in zijn stilte vliegt.
Ik hoor een stem die samenzwerend liegt.
(De waarheid is al weken op de bon.)

Het gif zit onmiskenbaar in de bron.
Al wat gebeurd is, heeft ons zeer gegriefd.
‘Misschien dat u een felle twist belieft?’
Geen woord is nog partij voor het kanon.

Het blanke leven is niet steeds naar wens.
Verwoesten is wat ik in zwartheid deed.
Het leven kent een prikkeldraden-grens.

Verwijt mij nooit wat ik mijzelf verweet.
Ik maak – waar zijn de laatste bohemiens? –
een fietstocht naar de zomen van het leed.

(Eigen werk)

Plaats een reactie