
Auden was nog maar kort in Amerika toen William Butler Yeats (1939) overleed. Hij schreef een In Memoriam-gedicht dat later nog wat werd uitgebreid, en nog weer later werd besnoeid, en dat uiteindelijk heel beroemd is geworden, vooral door de regel: For poetry makes nothing happen, waarmee, zoals vaak beweerd wordt, een generatie afscheid nam van zijn intellectuele pretenties en politieke illusies.1
De strofen 2 t/m 4 van deel III werden door Auden later geschrapt, vooral omdat hij af wilde van de niet al te eerbiedige strofe waarin Kipling en Claudel worden genoemd. Ze zijn hier wel vertaald – de Kipling/Claudel-strofe eveneens wat oneerbiedig, zij het misschien ook een beetje vrij. Deze strofen zijn op deze website tussen vierkante haken geplaatst, zowel in de vertaling als in het origineel.
Deel III heeft verder eerder een eerbiedige dan een oneerbiedige klank. De dichter wordt voortdurend aangespoord om te loven en te danken en te prijzen. Onwillekeurig moet je denken aan de woorden die Christopher Isherwood in 1937 over hun samenwerking sprak:
“when we collaborate, I have to keep a sharp eye on him – or down flop the characters on their knees . . .: another constant danger is that of choral interruptions by angel-voices. If Auden had his way, he would turn every play into a cross between grand opera and high mass.”
Het gedicht is al eerder vertaald in het Nederlands. Hier is bijvoorbeeld de link naar de vertaling van Arie van der Krogt.
Hier kunt u Auden beluisteren die het gedicht voordraagt.
En hieronder kunt u de geluidsopname van de vertaling beluisteren. De stem is die van de vertaler – van mijzelf dus.
Vertaling:
In Memoriam William Butler Yeats
I
Hij ging heen in het holst van de winter:
Beekjes bevroren, luchthavens vrijwel verlaten,
Standbeelden misvormd door de sneeuw;
Het kwik daalde in de keel van de stervende dag.
Al onze instrumenten zijn het eens:
De dag van zijn dood was donker en koud.Ver van zijn ziekbed
Draafden wolven door eeuwig groene bossen,
Het kreekje negeerde de hippe boulevards;
Volgens klaagzangers
Liet de dood van de dichter zijn gedichten met rust.Maar voor hem was het de laatste middag als zichzelf,
Een middag met zusters en fluisterpraat;
De gewesten van zijn lichaam lagen dwars,
De pleinen van zijn geest waren leeg,
Stilte daalde neer in de buitenwijken,
Zijn gevoelsstroom stokte; hij werd zijn bewonderaars.Hij ligt verstrooid over zo’n honderd steden,
En is is overgeleverd aan bijval van vreemden,
Moet z’n geluk vinden in een andersoortig landschap,
Wordt afgemeten aan een uitheemse moraal.
De woorden van een dode
Worden omgevormd in de darmen van de levenden.Maar in al het gedoe en het tumult van morgen,
Als handelaars op de beurs weer zullen brullen als beesten,
En armen de moeiten verduren waaraan ze haast al gewend zijn,
En ieder in de cocon van het ik meent zeker te zijn van zijn vrijheid,
Zullen een paar duizend terugzien op deze dag
Zoals je terugziet op een dag waarop je iets hoogst ongewoons deed.
Al onze instrumenten zijn het eens:
De dag van zijn dood was donker en koud.II
Je doolde als wij; je begaafdheid was sterker:
Congregaties van rijke vrouwen, fysieke aftakeling,
Jouzelf. Het dwaze Ierland pijnigde je tot poëzie.
Ierland heeft haar dwaasheid en klimaat nog steeds;
Dichtkunst schept geen daden: zij springt tevoorschijn
In het moeras waar zij gemaakt wordt, waar makers
Streng zijn, stroomt dan zuidwaards,
Weg van de hoven der eenzaamheid, het drukke gezeur,
Achterlijke stadjes waarin we geloven en sterven; zij schiet over,
zij gebeurt gewoon, een mond.III
Aarde, opent nu met ere,
Opdat Yeats kan wederkeren.
Laat het Ierse vat verzinken,
Verzen zijn al uitgeschonken.Tijd die nimmer tolereert
Wat kwetsbaar is, en zich afkeert
In een oogwenk of een uur
Jegens menig mooi figuur,Aanbidt de taal en zij vergeeft
Iedereen door wie zij leeft;
Aanvaardt ook angst en wankelmoed,
Legt eerbewijzen aan hun voet.Zodoende schonk de Tijd terecht
Aan Kipling ooit genâ voor recht,
En schonk ook aan Claudel genâ,
Genâ voor brille en blabla.In de angstdroom van het donker
Blaffen alle bange honden,
Elke Europese natie-staat
Ligt gekluisterd in zijn haat.Het intellectueel echec
Schendt elk gelaat en elk gesprek,
En in ieders oog verloren
Ligt het meelij vastgevroren.Ga nu, dichter, ga op jacht
Naar de bodem van de nacht,
Laat je stem ons blijvend wijzen
Op de noodzaak om te prijzen.Verzen kweken, verzen snoeien,
Laat in vloek een wijngaard groeien,
Zing van falen, doem en dood
In vervoering van uw nood.Geef de heilfontein een start,
In woestijnen van het hart;
Aan zijn dagen vastgeklonken,
Leer de vrije mens te danken.
Oorspronkelijk gedicht:

In Memory of W.B. Yeats
I
He disappeared in the dead of winter:
The brooks were frozen, the airports almost deserted,
The snow disfigured the public statues;
The mercury sank in the mouth of the dying day.
What instruments we have agree
The day of his death was a dark cold day.
Far from his illness
The wolves ran on through the evergreen forests,
The peasant river was untempted by the fashionable quays;
By mourning tongues
The death of the poet was kept from his poems.
But for him it was his last afternoon as himself,
An afternoon of nurses and rumours;
The provinces of his body revolted,
The squares of his mind were empty,
Silence invaded the suburbs,
The current of his feeling failed; he became his admirers.
Now he is scattered among a hundred cities
And wholly given over to unfamiliar affections,
To find his happiness in another kind of wood
And be punished under a foreign code of conscience.
The words of a dead man
Are modified in the guts of the living.
But in the importance and noise of to-morrow
When the brokers are roaring like beasts on the floor of the Bourse,
And the poor have the sufferings to which they are fairly accustomed,
And each in the cell of himself is almost convinced of his freedom,
A few thousand will think of this day
As one thinks of a day when one did something slightly unusual.
What instruments we have agree
The day of his death was a dark cold day.
II
You were silly like us; your gift survived it all:
The parish of rich women, physical decay,
Yourself. Mad Ireland hurt you into poetry.
Now Ireland has her madness and her weather still,
For poetry makes nothing happen: it survives
In the valley of its making where executives
Would never want to tamper, flows on south
From ranches of isolation and the busy griefs,
Raw towns that we believe and die in; it survives,
A way of happening, a mouth.
III
Earth, receive an honoured guest:
William Yeats is laid to rest.
Let the Irish vessel lie
Emptied of its poetry.
[Time that is intolerant
Of the brave and the innocent,
And indifferent in a week
To a beautiful physique,]
[Worships language and forgives
Everyone by whom it lives;
Pardons cowardice, conceit,
Lays its honours at their feet.]
[Time that with this strange excuse
Pardoned Kipling and his views,
And will pardon Paul Claudel,
Pardons him for writing well.]
In the nightmare of the dark
All the dogs of Europe bark,
And the living nations wait,
Each sequestered in its hate;
Intellectual disgrace
Stares from every human face,
And the seas of pity lie
Locked and frozen in each eye.
Follow, poet, follow right
To the bottom of the night,
With your unconstraining voice
Still persuade us to rejoice.
With the farming of a verse
Make a vineyard of the curse,
Sing of human unsuccess
In a rapture of distress.
In the deserts of the heart
Let the healing fountains start,
In the prison of his days
Teach the free man how to praise.
- Terzijde: als deze bewering juist is, als dit afscheid inderdaad zou hebben plaatsgevonden, als de intellectuelen hun pretenties en illusies daadwerkelijk zouden hebben afgezworen, zou dat een gebeurtenis van belang zijn, met als paradoxaal gevolg dat een versregel die stelt dat verzen geen gebeurtenissen scheppen, een gebeurtenis van belang heeft geschapen. Maar misschien is het verwerpen van een eerder gekoesterde dwaling niet een gebeurtenis in de hier bedoelde zin des woords. En of de intellectuelen hun pretenties en illusies daadwerkelijk massaal hebben afgezworen, kan op goede gronden worden betwijfeld. ↩

Pingback: Introductie tot het gedicht ‘King Jasper’ van Edwin Arlington Robinson | The Hidden Law
Pingback: De Wederkomst – William Butler Yeats | The Hidden Law