De dichter Wystan Hugh Auden (1907-1973) is een van de grootste twintigste-eeuwse dichters in het Engelse taalgebied. Hij stamde uit een anglicaans middle class milieu, studeerde in Oxford, werd al snel de centrale figuur van een groep dichters in de jaren dertig – Louis MacNeice, Stephen Spender, Christopher Isherwood, John Betjeman – was zich al vroeg bewust van zijn dichterlijke roeping, verdiepte zich in Freud in zijn beginjaren, in Marx in de jaren die erop volgden, en keerde op middelbare leeftijd terug naar het christelijk geloof.
Wie meer wil weten over Auden kan elders op mijn website terecht. Ik houd veel van zijn werk en heb al aardig wat vertalingen van zijn gedichten gemaakt. Peter Verstegen – een gelauwerd vertaler – heeft hier een Ten Geleide bij het vertalen van Auden gepubliceerd.
De naam van deze website – The Hidden Law – is vernoemd naar een gedicht van Auden. Elders kunt u veel meer door mij vertaalde gedichten met hun origineel aantreffen.

(Wikimedia Commons)
Augustus 1968 is een kort, grappig en wrang gedicht dat Auden schreef bij de hardhandige beëindiging van de Praagse Lente op 20 augustus 1968. In dat jaar probeerde Alexander Dubček Tsjecho-Slowakije een gematigder communistische koers te laten varen – tevergeefs, zoals bleek.
Een ogre is een mensenetende reus.
Vertaling:
Augustus 1968
De Kwaaie Reus kan reuzedingen,
Waaraan geen mens ooit zou beginnen,
Maar één ding blijft de Reus ontzegd:
Geen mens kan snappen wat hij zegt!
Hoog boven onderworpen velden,
Tussen gevelden en ontstelden,
Troont onze Reus, met borst vooruit,
Schoon wartaal van zijn lippen druipt.
Origineel:
August 1968
The Ogre does what ogres can,
Deeds quite impossible for Man,
But one prize is beyond his reach,
The Ogre cannot master Speech:
About a subjugated plain,
Among its desperate and slain,
The Ogre stalks with hands on hips,
While drivel gushes from his lips.

