Begrafenisblues – W.H. Auden

De dichter Wystan Hugh Auden (1907-1973) is een van de grootste twintigste-eeuwse dichters in het Engelse taalgebied. Hij stamde uit een anglicaans middle class milieu (Church of England), studeerde in Oxford, was openlijk homoseksueel, werd al snel de centrale figuur van een groep dichters in de jaren dertig – Louis MacNeice, Stephen Spender, Christopher Isherwood, John Betjeman – was zich al vroeg bewust van zijn dichterlijke roeping, gebruikte Freud in zijn beginjaren, Marx in de jaren die erop volgden, en keerde op middelbare leeftijd terug naar de christelijke levensovertuiging waarmee hij was opgegroeid.

Het gedicht Funeral Blues is misschien wel het beroemdste gedicht van W.H. Auden. Het dankt zijn bekendheid bij het grote publiek aan de centrale plaats die het had in de film Four Weddings and a Funeral, een Britse romantische tragikomedie uit 1994 onder regie van Mike Newell.

Het gedicht werd voor het eerst gepubliceerd in 1936 in een vorm die sterk afweek van de vorm waaronder het bekend is geworden. Het maakte aanvankelijk deel uit van The Ascent of F6 (De beklimming van de F6), een toneelstuk in verzen van Auden en Christopher Isherwood. Het gedicht in de ons meest bekende vorm is voor het eerst gepubliceerd in Denys Kilham Roberts & Geoffrey Grigson (red.), The Year’s Poetry, 1938 (Londen: John Lane at the Bodley Head, 1938), en later opgenomen in Audens bundel Another Time (1940). Benjamin Britten heeft het vers op muziek gezet, als één van de Cabaret Songs; het is hier te beluisteren.

Funeral Blues is opgetrokken uit hyperbolen (overdrijvingen) en is hier en daar grotesk, kenmerken die het gedicht effectief benut om groot verdriet op te roepen. Misschien is elke geslaagde evocatie van sterke emotie wel een beetje cabaretesk.

Mij persoonlijk ontroert dit gedicht niet heel erg – het is me iets te theatraal – maar het is wel prachtig uitgevoerd natuurlijk.

Het is al vaak vertaald, onder anderen mooi door Willem Wilmink.

De slotstrofe luidt bij Wilmink:

Laat in de sterren kortsluiting ontstaan,
maak ook de zon onklaar. Begraaf de maan
Giet leeg die oceaan en kap het woud:
niets deugt meer, nu hij niet meer van me houdt.

De laatste regel van Wilminks vertaling doet voor mijn gevoel afbreuk aan de strekking – natuurlijk is ook doodgaan een vorm van verlaten, maar de zinsnede ‘nu hij niet meer van me houdt’ geeft toch een averechts effect.

Bij Jan Willem Schulte Nordholt luidt de laatste strofe:

Sterren zijn overbodig, doof ze stuk voor stuk;
Pak de maan in, blus de zon van ons geluk;
Maai weg het woud, leg droog de oceaan.
Want niets meer komt er ooit nog goed voortaan.

In Schulte Nordholts slotstrofe treft mij de zin “blus de zon van ons geluk” als minder gelukkig. Het doel is niet dat ‘de zon van ons geluk’ wordt geblust, maar de zon zelf.

Enfin, Funeral Blues wordt zo vaak geciteerd dat je er soms een beetje misselijk van wordt, net als van Mozarts Eine kleine Nachtmusik. Maar ik ben geen snob.

Geluidsopname van de vertaling – Arie Sonneveld

——————————————————————————————————————————-

Vertaling:

Begrafenisblues

Weg met die klokken, gooi dat toestel kapot,
breng de hond tot zwijgen met een smakelijk bot,
demp de piano’s, begeleid met doffe trom
de treurenden, zeg tot de kist slechts: Kom!

Huur zeurende vliegtuigjes boven ons hoofd,
die aan de hemel schrijven: Hij is dood.
Geef aan de duif een kraag van crêpepapier,
een zwarte pet aan dienders in ‘t verkeer.

Hij was mijn Noord, mijn Zuid, mijn Oost en West,
mijn werkweek, weekend en mijn warme nest,
mijn dag, mijn nacht, mijn kletspraat en betekenis;
ik dacht dat liefde eeuwig was – ik had het mis.

Sterren verdwijn, doof ze zonder pardon,
vaag weg die maan, ontmantel de zon,
giet zeeën maar leeg, stamp ’t oerwoud fijn.
Want nooit kan iets nog mooi of zinrijk zijn.

Origineel:

Funeral Blues

Stop all the clocks, cut off the telephone,
Prevent the dog from barking with a juicy bone,
Silence the pianos and with muffled drum
Bring out the coffin, let the mourners come.

Let aeroplanes circle moaning overhead
Scribbling on the sky the message He Is Dead,
Put crêpe bows round the white necks of the public doves,
Let the traffic policemen wear black cotton gloves.

He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last for ever: I was wrong.

The stars are not wanted now: put out every one;
Pack up the moon and dismantle the sun;
Pour away the ocean and sweep up the wood.
For nothing now can ever come to any good.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s