De stem – Thomas Hardy

Thomas Hardy (1840-1928) was een Engels romanschrijver en dichter wiens reputatie opmerkelijk goed is gebleven, ondanks de rurale setting van zijn romans en gedichten. Zijn romans en poëzie hebben een weemoedige, romantische inslag.

Hardy was architect, maar legde zich al snel toe op het schrijven van gedichten. Omdat de poëzie weinig opleverde, ging hij romans schrijven, waarvan Far from the Madding Crowd (de titel is ontleend aan Elegy Written in a Country Churchyard van Thomas Gray), The Return of the Native en Jude the Obscure vermoedelijk de bekendste zijn. Na Jude the Obscure keerde hij weer terug naar de poëzie.

In de vijfde klas van het vwo schreef ik mijn eerste stuk over een Engelse literaire schrijver, en dat was Thomas Hardy. De titel van mijn scriptie was Thomas Hardy as a Novelist. Ik ben hem altijd – zo nu en dan – blijven lezen.

Veel dichters – onder wie W.H. Auden – hebben zich schatplichtig aan Hardy betoond.

Ook Peter Verstegen heeft dit gedicht ooit vertaald. U vindt zijn vertaling in de dbnl.

Een goed, maar beknopt artikel over The Voice vindt u op de website van The Thomas Hardy Society.

De vorm is vier kwatrijnen, met enigszins onregelmatig rijm. Metrisch opent het gedicht vooral met dactyli.

Het gedicht is een intense herinnering aan Emma, zijn vrouw, die in 1912 was gestorven. Om die reden heb ik nog even overwogen om de openingswoorden van het gedicht te vertalen met ‘Betreurde vrouw’.

Het mogelijke rijmpaar ‘lusteloos’ / ‘bewusteloos’ in de derde strofe heb ik na enig nadenken toch verworpen.

Geluidsopname van de vertaling:

Geluidsopname van de vertaling – Arie Sonneveld

Vertaling:

De stem

Vrouw die ik mis, wat roep je, roep je naar mij –
Zeggend dat je niet bent als toen, toen je afstand nam
Van haar die alles was voor mij,
Dat je bent als voorheen, in onze gouden tijd.

Hoor ik jou echt? Mag ik je dan ook zien,
Zoals je daar stond terwijl het stadje haast komen zou,
Daar waar je op me wachtte, ja, zoals ik je kende als toen,
Met die enige echte jurk, luchtigjes blauw!

Of is het slechts de wind, die vol lauw verdriet
Op me af komt, hier over het natte veld,
Terwijl geen stem in jouw asgrauw verschiet
Ooit nog ergens over jou heeft verteld?

Zo ben ik, zo strompel ik voort,
Bladeren vallen, luchten zijn grauw,
Wind uit het noorden suist ijl door de doorns,
En de roep van de vrouw.

Origineel:


The Voice

Woman much missed, how you call to me, call to me,
Saying that now you are not as you were
When you had changed from the one who was all to me,
But as at first, when our day was fair.

Can it be you that I hear? Let me view you, then,
Standing as when I drew near to the town
Where you would wait for me: yes, as I knew you then,
Even to the original air-blue gown!

Or is it only the breeze, in its listlessness
Travelling across the wet mead to me here,
You being ever dissolved to wan wistlessness,
Heard no more again far or near?

Thus I; faltering forward,
Leaves around me falling,
Wind oozing thin through the thorn from norward,
And the woman calling.

2 gedachten over “De stem – Thomas Hardy

  1. Hans Altena's avatarHans Altena

    Mooi Arie, hoewel vanuit mijn optiek ik dat afgewezen rijmpaar raak had gevonden, begrijp ik de keuze, die zo ook het universele karakter van het gedicht beter hoog houdt, en wistlessness is weemoed, terwijl asgrauw verschiet een prachtige vondst is, kortom, chapeau! Morgen plaats ik het, nu zijn de luiken reeds gesloten op X voor mij.

    Like

Plaats een reactie