Daar komt de dood – Heinrich Heine

Heinrich Heine (1797-1856) is de grootste lyrische dichter van het Duitse taalgebied. Hij was joods, hij voelde vaak als een goi, hij was ernstig, hij was ironisch, hij was trots, hij was onzeker, hij was ernstig, hij was speels, hij was romantisch, hij was klassiek – hij lijkt weliswaar eenvoudig – maar toch zijn veel van zijn gedichten diepzinniger dan die van al zijn diepzinnige tijdgenoten.

Friedrich Nietzsche, Peter Vos en Karel van het Reve waren bewonderaars. Er zijn ook schrijvers geweest die Heinrich Heine met Toon Hermans vergeleken (Boudewijn Büch) of die Heine de Piet Paaltjens der Duitse letteren noemden (J.P. Guépin). Martin van Amerongen – aan wiens artikel ik dit ontleen – was een groot bewonderaar.

Het conflict tussen besef van eigenwaarde en besef van nietigheid veroorzaakt de spanning in dit gedicht.

Toelichting is verder overbodig: er is geen woord latijn bij.

Ik kwam het gedicht voor het eerst tegen bij Karel van het Reve, die een groot liefhebber van Heine was, net als Van het Reve’s leermeester Jacques Presser, die ooit een bloemlezing samenstelde van Heine’s gedichten: Ich weiss nicht was soll es bedeuten. Een bloemlezing (1956, met een prachtige inleiding).

Het gedicht behoort tot Heines Nachgelesene Gedichte 1845 – 1856.

Vertaling:

Daar komt de dood

Daar komt de dood – nu gaat het dagen
wat steeds mijn trots verbergen wou
tot in de eeuwigheid: voor jou, voor jou,
mijn hart heeft steeds voor jou geslagen.

De kist is klaar, men laat mij dalen
in het graf. Dan ben ik vrij.
maar jij, maar jij, Maria, jij
zult huilend naar mij blijven talen.

Ik zie je zelfs je mooie handen wringen –
O huil toch niet – dat is het lot gewoon,
het mensenlot: – wat goed en schoon
en groot is, zal een droevig slotlied zingen.

Origineel:

Es kommt der Tod

Es kommt der Tod – jetzt will ich sagen,
Was zu verschweigen ewiglich
Mein Stolz gebot: für dich, für dich,
Es hat mein Herz für dich geschlagen!

Der Sarg ist fertig, sie versenken
Mich in die Gruft. Da hab ich Ruh.
Doch du, doch du, Maria, du
Wirst weinen oft und mein gedenken.

Du ringst sogar die schönen Hände –
O tröste dich – Das ist das Los,
Das Menschenlos: – was gut und groß
Und schön, das nimmt ein schlechtes Ende.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s